U kunt op deze site onderdelen uit zetten. Door op herstellen te klikken maakt u de wijzigingen weer ongedaan.

Herstellen

Makers van Eindhoven, Brainport Innovatie Campus

Pijler van de nationale economie, techno wizzkids te midden van het Brabantse Groene Woud, wispelturige mondiale markt en moordende competitie, vergrijzende bevolking, gebrek aan vakmensen, de veranderende rol van overheden, de gekelderde waarde van grond, leegstand, en Brabantse gemoedelijkheid gecombineerd met Brabantse minderwaardigheidsgevoelens, spelen allemaal een rol in de casus Brainport Innovatie Campus, gebiedsontwikkeling 3.0.


Makers van Eindhoven, Brainport Innovatie Campus – met Maarten van den Nieuwenhof & Gerwin van Eert, gemeente Eindhoven, Edward Voncken, CEO KMWE en Lars van der Hoorn, CEO Van der Hoorn Buigtechniek

Video: Makers van Eindhoven, Over de Brainport Innovatie Campus in Landelijk Strijp, Eindhoven.

Feiten & Cijfers Brainport Innovatie Campus (BIC)

–       BIC wordt ontwikkeld voor de ‘open supply chain’ Brainpark Industries;

–       Gefaseerde ontwikkeling met gedifferentieerde clusters;

–       Totale omvang circa 65 ha.

–       Start ontwikkeling eind 2014 (doorlooptijd tot 2030).

De Nota Ruimte van 2004 wees Eindhoven en omstreken aan als Brainport, een van de drie pijlers van de nationale economie. De gloriedagen van Philips en DAF halverwege de vorige eeuw, hadden de Zuidoost Brabantse grond rijp gemaakt voor een bloeiende technologische industrie, bemest door de Technische Hogeschool, nu TU/e, en andere opleidingsinstituten die studenten opleidden in vooral technische vakken, maar ook design.

Vanaf de 1950’s bloeide het Eindhovense MKB onder de rook van zware fabrieken. Tonnen ijzer werden gesmeed in het hete vuur van de competitie die steeds meer een mondiaal karakter kreeg. Metaalbewerkers werkten op basis van uren maal tarief en leverden onderdelen aan wat later Original Equipment Manufacturers (OEM’s) zouden worden genoemd. Vaders en zonen groeiden uit van lasser tot ondernemer met personeel. Het werden familiebedrijven waar de banden hecht waren en waar de afstand tussen kantoor en werkvloer even groot was als die tussen de woonkamer en keuken in een doorzonwoning. Toen DAF en Philips ineenstortten, brak de as van de wagen die Eindhoven heette. De gehele regio dreigde te vervallen. Een serie maatregelen, te beginnen met het EU programma Stimulus, technologische innovaties en de wilskracht en inventiviteit van de mensen – een serie samenvallende ontwikkelingen en omstandigheden – trok Eindhoven en omstreken overeind. De makers groeiden noodgedwongen uit van lasser en smid tot high tech mechatronica specialist. Opleidingsinstituten richtten zich op high tech onderwijs op ieder niveau. Dat alles had tevens van doen met de ontwikkeling van grote Original Equipment Manufacturers (OEM’s), die zich gingen concentreren op productontwikkeling en marketing en de tussenliggende activiteiten uitbesteedden.

Technologische voorsprong verdampt snel. Het actueel houden en ontwikkelen van know how over elk detail van een complexe machine was en is welhaast ondoenlijk geworden voor één enkel bedrijf. Al in 1995 publiceerde NRC Handelsblad een interview met Harry Pennings, topman van Océ, de indertijd zo machtige fabrikant van printers, kopieerapparaten en plotters. ‘Samen naar oplossingen zoeken’ zou hét Europese antwoord op de uitdaging van Japan, de Aziatische tijgers en de Verenigde Staten zijn.

‘Niet uitvinden wat al is uitgevonden, maar het onderzoek concentreren op datgene waar jij als bedrijf sterk in bent,’ zo luidde het devies van Harry Pennings. Océ en de andere OEM’s werden, zoals gezegd, kop-staart ondernemingen – productontwikkeling en marketing – die het maken en ontwikkelen van onderdelen uitbesteden.

Hierdoor namen de taken van toeleveranciers toe en twee- à driehonderd maakbedrijven groeiden in de schaduw van de eiken. Schaduw? Jawel, want zij zijn volledig afhankelijk van hun patronen. ASML, VDL, DAF, Philips en andere giganten bepalen hoe, hoeveel en tegen welke prijs zij produceren. De marge is vaak klein, de kosten – kundig personeel, apparatuur, cleanrooms en R&D – zijn hoog, de wereldwijde competitie is moordend. Daarbij is er een nijpend tekort aan vakmensen.

In 2009 banjerde de economische crisis opnieuw met lemen poten en maaiende armen door de regio Eindhoven. Océ heeft het niet kunnen redden. In november van dat jaar werd het bedrijf overgenomen door de Japanse concurrent Canon, die vooral geïnteresseerd was in de onderzoeks- en  ontwikkelingsactiviteiten. Het ging zo razendsnel – cycli voltrekken zich volgens de voor deze casus geïnterviewde CEO’s tegenwoordig in maanden waar het eens jaren waren – dat het maak-MKB bijna volledig tegen de grond sloeg. Gedwongen ontslagen, deeltijd-WW, extra hypotheken op woonhuizen en het geluk dat de markt net op tijd aantrok, redde ondermeer de toeleveranciers KMWE en Van der Hoorn.

Samen staan we sterker, bedachten negen ondernemers, en richtten Brainport Industries op, dat inmiddels is uitgegroeid tot een coöperatie met tachtig leden. Maar écht samenwerken, dat is nog moeilijk.

Tegen deze achtergrond speelt zich de ontwikkeling van Brainport Innovatie Campus in Noordwest Eindhoven, een gebied genaamd Landelijk Strijp, zich af.

Met de gemeente Eindhoven heeft Brainport Industries het plan om de innovatie campus vlakbij het vliegveld en tussen de snelwegen A2, A67, A58 en A50 te vestigen. Een campus is meer dan een bedrijventerrein. De ambitie is om een groen, uitnodigend, energieneutraal, multifunctioneel gebied te ontwikkelen omringd door een slow lane voor fietsers. Met sportfaciliteiten, restaurant, infocentrum oftewel ontvangstruimte, theater, een internationale school en kinderdagverblijf. De Philips Fruittuinen en het trainingsveld van PSV, alsmede landgoed de Wielewaal, liggen er al. Kortom, medewerkers van de bedrijven, recreanten, kinderen, studenten, kunstenaars en bewoners, sportievelingen en hondenbezitters, zullen er allemaal kunnen (en willen) verblijven. De uitstraling van de Campus dient tot ver buiten Eindhoven tot de verbeelding te spreken.

Het is tevens een gebied waar gespecialiseerde bedrijven gevestigd zijn, die allerlei kosten delen en krachten bundelen, zodat voor diverse halffabrikaten van OEM’ers totaaloplossingen aangeboden kunnen worden van concept tot serieproductie. Daarbij houden de toeleveranciers hun eigen kosten scherp in de gaten. Samenwerken is prima, zolang het wat toevoegt. Het mag per saldo niets kosten. Het concept voor een campus, zoals ontwikkeld door de gemeente Eindhoven, voegt inderdaad iets toe, maar de kosten zullen moeten worden opgebracht door grondeigenaren, gemeente, provincie en rijk, waarbij de overheden tevens zorg moeten dragen voor de bereikbaarheid van het terrein, vinden de ondernemers. ‘Het is geven en nemen,’ zegt een der CEO’s. ‘Wij creëren werkgelegenheid.’

De gemeente Eindhoven heeft een kernteam samengesteld van ondernemende ambtenaren, die hun rol nadrukkelijk anders definiëren dan gebruikelijk. Dit team zoekt naar verbindingen, nieuwe vormen van grondontwikkeling, belangen bijeen brengen en naar verdienmodellen die partijen overhalen mee te doen. ‘De ontwikkelvisie moet uit de doelgroep komen. Hun betrokkenheid is noodzakelijk. De industrie moet zeggen wat ze wil en zich daar mede voor inzetten. Als de bedrijven afhaken, gaat het niet door. Dan komt er geen campus,’ aldus Maarten van den Nieuwenhof, lid van het kernteam.

Brainport Industries heeft onlangs een kwartiermaker aangesteld om tot een gezamenlijke visie te komen waarmee de coöperatie naar de gemeente gaat. De grote vraag in Eindhoven is: Wie zet de eerste stap om de Brainport Innovatie Campus te realiseren?

Ecolutie, opgetekend November 2013

Geen reacties meer mogelijk.